De 15de-eeuwse iconenschilder Andrej Roebljov wordt door Tarkovski voorgesteld als een Christusfiguur die symbool staat voor het lijden van het verdeelde Rusland onder de Tartaarse invallers. Hij is een gekwelde visionair die als gevolg van de gruwelen die hij rondom zich ziet jarenlang zwijgt en die uiteindelijk zijn wil tot spreken – en schilderen – terugvindt.
De film verhaalt acht imaginaire episodes uit het leven van Roebljov: de briljantste episode is die waarin een jongen zijn leven redt door te beweren dat hij een klok kan gieten – en tot de ontdekking komt dat hij het nog kan ook. Het blinde geloof van deze jongen wakkert Roebljovs geloof in zichzelf en de mensheid weer aan, wat leidt tot de schitterende finale in kleur: een -montage van details uit de nog overgebleven iconen van Roebljov.