Tijdens de oorlog in Vietnam vaart een Amerikaanse legerkapitein de Mekongrivier op om een eind te maken aan de privéoorlog die een afvallige kolonel en zijn legertje Rode Khmer-in-spe voeren. Hoe dieper de held in de jungle doordringt, hoe meer de waanzin rond hem toeneemt (zoals o.a. in de helikopteraanval op een vissersdorp op de tonen van Wagners Walkürenrit). De reis stroomopwaarts is als een afdaling in het hart der duisternis – zoals in de novelle van Joseph Conrad waarop Coppola zijn film baseerde. Brando beheerst de slotsequenties als de waanzinnige kolonel Kurtz die zichzelf als een blanke godheid beschouwt.