Louis Malles debuutfilm is een sfeervolle thriller met een dubbele intrige.
Een ex-para wil de perfecte moord plegen: hij vermoordt zijn baas, de echtgenoot van zijn maîtresse, en laat uitschijnen dat het om een zelfmoord gaat. Hij vergeet echter het touw waarmee hij het bureau binnendrong te verwijderen en hij moet opnieuw naar de plaats van de misdaad om het terug te halen. Vanaf dan loopt het fout: hij raakt geblokkeerd in de lift en de wagen waarmee hij moet ontsnappen wordt door twee tieners gestolen… Zijn maîtresse doolt door de nachtelijke straten van Parijs: zij weet niet wat er gebeurde en denkt dat ze door haar minnaar werd verlaten.
Deze misdaadfilm over een crime passionel betekende de doorbraak voor actrice Jeanne Moreau, die de maîtresse speelt. Maar hét cement dat de film samenhoudt is de coole, melancholische late jaren ’50-bopmuziek van Miles Davis. Nadat Davis beelden van de film had gezien, nam hij de muziek zonder verdere voorbereidingen in één nacht op, al improviserend op basis van enkele thema’s. De uitvoerders waren de Franse musici Pierre Michelot (bas), René Urtreger (piano), Barney Wilen (tenorsax) en de Amerikaanse uitgeweken drummer Kenny Clarke.