De film waarmee Herzog naam maakte is een nihilistische zwarte komedie over patiënten die in opstand komen en hun gesticht in eigen handen nemen. Omdat de opstandelingen allemaal dwergen zijn (wat de film iets pervers en cynisch geeft) uit hun woede zich vooral tegen een wereld die niet voor hen gebouwd is en ze vernietigen dan ook alles wat ze op hun weg vinden.
Herzog wilde met deze film eigenlijk de mislukte ‘revolutie’ van mei ’68 ridiculiseren: hij meende dat het verlangen van de beweging om de bourgeoismaatschappij omver te werpen en te vervangen door een utopische socialistische samenleving simplistisch en bekrompen was. Het werd hem niet in dank afgenomen.
Sommige critici waren destijds geschokt, één van hen noemde Auch Zwerge 'de meest verontrustende film die ik ooit gezien heb', vandaar ook dat hij een eervolle vermelding kreeg in Amos Vogels De film als taboebreker.