Godards eerste langspeelfilm over een kleine Parijse gangster en zijn relatie met een jong Amerikaans meisje, veroverde bij zijn verschijnen in 1960 de filmwereld stormenderhand. Niet het verhaal was nieuw, wel de stijl: lange sequenties, in de hand gehouden camera, jump cuts, improvisaties, jazz en Mozart op de soundtrack - een stijl die in overeenstemming was met het levensgevoel van het hoofdpersonage, Michel Poiccard. Hij is de anarchistische romanticus die gratuite misdaden pleegt zonder zich zorgen te maken over de gevolgen - een kruising tussen Humphrey Bogart en James Dean, en met slechts één doel voor ogen: “devenir immortel et puis mourir”.