Cargo 200 speelt in 1984, toen de USSR nog bestond en de Sovjet troepen in Afghanistan in een bloedige oorlog verwikkeld waren. De film draait rond een sadistische, corrupte politieman die meent zich alles te kunnen permitteren.
In zijn elfde film alweer, die qua genre balanceert tussen een harde thriller en een waarachtige horror, presenteert Balabanov zijn in wodka gedrenkte personages als een laatste en groteske vloek op de verziekte nadagen van het communisme. Ondanks het schokkende geweld heeft de film iets van een komedie, maar wel één die zo zwart is als met olie besmeurde steenkool, en niet geschikt is voor gevoelige zielen.