Zomer aan de Bretoense kust. Gaspard, een wiskundestudent, wacht er op zijn liefje Léna. Op straat ontmoet hij Margot, een studente etnologie die een vakantiebaantje heeft in de snackbar van haar tante. Margot. Ook haar vriend blijkt afwezig te zijn en ze voelt zich al gauw aangetrokken door de gereserveerde Gaspard, die toegeeft dat het tussen hem en Léna niet al te best gaat. Terwijl hun platonische relatie opbloeit, wordt Gaspards aandacht afgeleid door de weelderige Solène. En dan komt Léna op de proppen…
In Conte d’été, het derde van zijn ‘contes des quatres saisons’, toont Rohmer zich zoals steeds een meester in het observeren (en analyseren) van de drijfveren van mensen en de gevolgen van hun daden. Dit (h)eerlijke zomersprookje is zoals de overige films in de reeks fris en levensecht, geestesverrijkend én hartveroverend.