Een entomoloog wordt door dorpelingen overgehaald om de nacht door te brengen in een grote zandput in gezelschap van een weduwe – haar taak bestaat erin eindeloos zand weg te scheppen dat in emmers aan touwen naar boven wordt gehaald. De volgende dag ontdekt de man dat hij de put niet meer kan verlaten. Zijn aanvankelijke vijandigheid maakt plaats voor seksuele nieuwsgierigheid en hij wordt van dan af niet alleen de helper, maar ook de minnaar van de vrouw.
Hiroshi Teshigahara (die net als Nagisa Oshima en Shohei Imamura tot de Japanse ‘new wave’ van de jaren 60 behoort) maakte destijds internationaal een sterke indruk (speciale juryprijs in Cannes, twee Oscarnominaties) met deze bedrieglijk simpele parabel, waarvan de existentialistische absurditeit zowel aan Jean-Paul Sartres Huis clos als aan Samuel Becketts Happy Days doet denken.
Hoofdrolspeler Eiji Okada was in het westen al bekend: hij speelde de architect in Resnais’ Hiroshima mon amour.