Wim Wenders schiep met Der Himmel über Berlin een soort visueel gedicht over de muren in deze wereld: muren die fictie van realiteit, de hemel van de aarde, het verleden van het heden scheiden.
Bruno Ganz en Otto Sander spelen twee engelen die zich voortbewegen in een zwart-wit Berlijn (van net voor de val van de muur), waar zij de wereld rond hen ‘waarnemen en beschermen’. Ze zijn onzichtbaar voor iedereen, behalve voor onschuldige kinderogen. De engelen trekken zich het lot aan van een oudere dichter, een Amerikaanse film- en tv-ster (Peter Falk die zichzelf speelt), en een Franse trapeziste. Maar terwijl ze deze drie mensen proberen te helpen, worstelt één van de engelen met zijn eigen verlangens: hij wil zelf ook gevoelens hebben, zowel emotioneel als fysiek.
Hoewel Der Himmel uit vele bronnen put (van Cocteau tot Rainer Maria Rilke), liggen de wortels van de film misschien nog het dichtst bij Ruttmanns Berlin: die Sinfonie der Grossstadt, ook al een ode aan Berlijn. Maar bij Wenders worden de stadsgrenzen oneindig, tot in de hemel toe.