Django kill! is zelfs binnen het niet van bizarrerieën verstoken subgenre van de spaghettiwestern een buitenbeentje: weinig films zijn brutaler, surreëler en gotischer dan deze. Hij geniet dan ook terecht een cultreputatie. Twee indianen vinden een gewonde bandiet (‘de Vreemdeling’) die uit een graf komt gekropen. Hij werd voor dood achtergelaten door zijn partner Oaks en de bende – ze zijn ervandoor met het goud van een overval. Eenmaal hersteld zint de Vreemdeling op wraak. Met zijn pistool geladen met gouden kogels arriveert hij in een stadje, waar hij ontdekt dat alleen Oaks ontsnapt is aan de woede van de bevolking die uit is op het gestolen goud. De Vreemdeling raakt verstrikt tussen twee rivaliserende facties: de Mexicaanse, bestaande uit in zwart leer geklede muchachos aangevoerd door de bandiet Sorro; en de stedelingen geleid door de saloonhouder. En dit is nog maar het begin…