Deze eerste productie van Kunlun, de progressiefste van alle filmstudio’s in het naoorlogse Shanghai, speelt zich af in de tien jaar van het begin van de Chinees-Japanse oorlog tot aan de vooravond van de Burgeroorlog tussen de Kuomintang (de nationalisten van Tsjang Kai Tsjek) en Mao’s communisten.
Lingyu sluit zich na het uitbreken van de Chinees-Japanse oorlog aan bij een rondreizend toneelgezelschap, omdat ze de opvoeringen van de groep inspirerend vindt. Tijdens haar reizen leert ze veel over de wereld en het theater en ze wordt verliefd op een collega, Libin. Ondanks tegenspoed blijven de acteurs hun werk de moeite waard vinden omdat ze een grote impact hebben op het publiek. Lingyu en Libin trouwen op de dag van de overwinning. Ze keren terug naar Shanghai en gaan er tijdelijk bij familie inwonen. Ze raken echter snel gedegouteerd door het sociale onrecht en de ongelijkheid die ze rond zich zien. Libin vindt een job als onderwijzer en Lingyu wordt onderzoeksjournalist. Haar onthullingen brengen een neef van haar – die betrokken is bij corrupte deals – in moeilijkheden.