Fanny en Alexander werd destijds onmiddellijk uitgeroepen als het finale meesterwerk van Bergman.
De tijd heeft de film zeker niet aangetast.
De regisseur baseerde zich op herinneringen aan zijn eigen jeugdjaren voor dit portret van de Ekdahls, een Zweedse familie uit de gegoede klasse waarvan de bijeenkomsten en tribulaties worden gezien door de ogen van de 10-jarige Alexander, het alter ego van de regisseur.
De droomwereld van het theater, van poppenspelen en toverlantaarns, en de warmte van het gezin in de tijd dat hun vader nog leefde, staat in schril contrast met de koude realiteit van de woning van de lutherse bisschop, die hun stiefvader werd. De invloed van deze strenge man op Alexanders moeder en het feit dat hij alle vreugde en fantasie uit het leven van de kinderen wil bannen, geeft de film de grimmige contouren van een sprookje.
Fanny en Alexander won destijds vier Oscars.