In de openingsscène zingt een oude Peruaanse vrouw over het geweld dat haar is aangedaan. In de jaren ’80 trok de maoïstische rebellenbeweging ‘Het Lichtend Pad’ vanuit de Andes naar Lima met in hun spoor verkrachtingen, plunderingen en wreedheden. Llosa verwijst naar het bijgeloof dat trauma’s met de borstvoedingsmelk doorgegeven worden van moeder op kind.
De filmtitel betekent letterlijk ‘de geschrokken tepel’. Magaly Solier (hier bekend van Altiplano) speelt Fausta, een jonge vrouw die zoals het bijgeloof wil, lijdt onder de angst voor (seksueel) geweld. Om de begrafenis van haar moeder te betalen, gaat ze een faustiaanse deal aan met een rijke concertpianiste. Llosa brengt dit kwetsbaar verhaal poëtisch in beeld, vol scènes die naspoken en ontroeren. De film kreeg de Gouden Beer in Berlijn en een Oscarnominatie voor beste buitenlandse film.