Abu Laila is rechter, tot de Palestijnse Autoriteit geen geld meer heeft om hem te betalen. Noodgedwongen overleeft hij met een baantje als taxichauffeur. Op de ochtend van de zevende verjaardag van zijn dochtertje Laila dringt zijn vrouw erop aan dat hij vroeg thuiskomt met een cadeau en taart. En vertrokken is hij voor de dagtaak, in de chaos die het dagelijkse leven in Palestina kenmerkt. Uit de opeenvolging van burleske situaties blijkt dat aan de absurditeit van het dagelijkse leven in Palestina niet te ontsnappen valt.
Op de prijsuitreiking van het festival van Mons zei Rashid Masharawi: “Deze film heeft een boodschap die in één zin kan worden samengevat : we willen een gewoon leven.”