Rohmers laatste film, gebaseerd op een 17de-eeuwse pastorale, speelt zich af in een imaginair Gallië van de 5de eeuw. De schaapherder Celadon is verliefd op Astrée. Wanneer deze laatste per vergissing denkt dat hij haar bedrogen heeft, gooit Celadon zich in de rivier. Astrée, die inmiddels heeft ingezien dat haar vermoedens onjuist waren, is ontroostbaar. Wat ze niet weet is dat Celadon zijn zelfmoordpoging overleefde en nu verblijft bij een verliefde nimf en een druïde. Celadon probeert opnieuw Astrée te benaderen om te peilen naar haar gevoelens: hij doet dat vermomd als een meisje...
Rohmer schreef zelf het scenario en moest weinig veranderen aan de bestaande dialoog die, tot zijn grote verrassing, zeer hedendaags en geloofwaardig klonk. Rohmers meesterschap bestaat erin zijn herschepping van het oude Gallië met zijn herders en herderinnetjes, druïden en nimfen, zinvol en aanvaardbaar te maken van een publiek van vandaag.
Deze afscheidsfilm is een innig-doorvoelde lofzang op de verlossende kracht van de liefde.