Santiago, Chili, 1973, tijdens de laatste dagen van de socialistische regering van Salvador Allende. Op een exclusieve privéschool voert een idealistische priester een sociaal project door: hij opent de deuren voor enkele kinderen uit de achtergestelde buurten in de hoop dat de jongeren niet zullen worden aangetast door de heersende politieke en sociale onverdraagzaamheid. De elfjarige Gonzalo, zoon van rijke ouders, raakt op die manier bevriend met de arme Pedro Machuca. Hun vriendschap ontstaat in een tijd waarin de lagere klassen in Chili hoopten op betere tijden, terwijl de rijken vreesden hun privileges te verliezen. Door de ogen van de twee jongens schetst de jonge filmmaker Andreas Wood (Historias de fútbol, La Fiebre del Loco) de Chileense malaise van de jaren ’70 die vanaf de politieke top binnendrong tot op het schoolplein. Zijn drama over opgroeien in belegerde tijden is deels autobiografisch en was een groot succes in Chili.