De Russische professor Andrej doet in Toscane research naar het leven van een 18de-eeuwse componist die in Italië in ballingschap leefde. Andrej vereenzelvigt zich sterk met het heimwee dat de componist had naar zijn geboorteland – die typisch Slavische ‘nostalgie’. Hij legt ook affectie aan de dag voor zijn tolk en gids die onbeantwoord blijft. Hij ontdekt een soort alter ego in de figuur van Domenico, een wiskundeleraar die als een gek wordt beschouwd omdat hij gelooft dat het einde van de wereld nabij is.
Nostalghia was Tarkovski’s eerste film buiten Rusland, en gaat precies over het ‘buiten Rusland zijn’, maar ook over een algemener verlangen naar zingeving. De film heeft vele momenten van intense schoonheid, maar geen enkele is zo sterk als de scène op de Piazza del Campidoglio in Rome: hier steekt Domenico zichzelf in brand op het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius (en op de tonen van Beethovens Ode aan de Vreugde) in de naam van de eenvoud die in het moderne leven voor altijd verloren ging.