Robert Ryan, een van de grote noir-acteurs, speelt Earl, een zuidelijke oorlogsveteraan, die een straf uitzat wegens doodslag en die zijn haat tegenover Afro-Amerikanen uitwerkt op Johnny (Harry Belafonte), zijn medeplichtige bij de overval op een bank ten noorden van New York. Johnny is de zwarte Harlemmuzikant die verslaafd is aan gokken en een schuld heeft uitstaan bij een gangster. Ed Begley speelt de derde partner, een koelbloedige, corrupte (en vandaar ontslagen) flik die het brein is achter de overval, maar die tussen twee vuren geraakt. Shelley Winters is in haar element als Ryans vriendin, maar het is Gloria Grahame die een hele galerie femmes fatales overtreft wanneer ze Ryan vraagt haar op te winden door te beschrijven hoe het aanvoelt om een man te doden. Odds Against Tomorrow, misschien wel de laatste film noir, valt op door zijn coole poëtische stijl (het winterse New York werd zelden briljanter gefotografeerd).
Jazz en film noir leken wel voor elkaar voorbestemd: een van de kwaliteiten van Odds Against Tomorrow is zijn atmosferische soundtrack gecomponeerd door John Lewis van het Modern Jazz Quartet en uitgevoerd door een orkest met o.a. Milt Jackson op vibrafoon, Percy Heath op bas, Connie Kay op drums, Bill Evans op piano en Jim Hall op gitaar.