Episch relaas over de veranderingen in de jaren ’80 in China’s populaire cultuur, zoals gezien doorheen het leven van vier vrienden. In 1979 zijn ze alle vier leden van een staatsvariétégroep, die maoïstische propagandavertoningen opvoert voor een passief publiek op de buiten. Midden de jaren ’80, wanneer de staatssteun wordt ingetrokken en de groep probeert te overleven als privébedrijf, wordt alles anders: het maoïstische repertoire wordt begraven, Taïwanese pop is alomtegenwoordig, ideeën over persoonlijke rijkdom en zelfstandigheid maken opgang – en oude vriendschappen komen onder druk te staan. En aan het eind van het decennium is het paar dat schijnbaar voor elkaar voorbestemd was uit elkaar gegaan, terwijl de grapjas/koorddanser Mingliang een suffige huisvader is geworden. Jia schetst tien jaar ver reikende sociale veranderingen en hun psychologische naweeën.