Een weduwnaar regelt het huwelijk voor zijn enige dochter. Hij vreest dat ze een oude vrijster zal worden. Zelf blijft hij alleen achter, op het gezelschap van zijn drinkebroers na. Hij beseft dat het geluk van zijn dochter vóór het zijne komt.
Ook in zijn laatste film observeert Ozu met discretie en innigheid de in de knoop liggende relaties binnen een familie. Ondanks de vele intense emoties zijn ook hier geen confrontaties: de opflakkering van ontgoocheling en wrok op de gezichten van de personages spreken boekdelen. Ozu’s laatste film is ook zijn meest uitgepuurde: de kleuren zijn getemperd, de gezichtshoek onveranderlijk. Niets ontbreekt, niets is te veel. Nooit was Ozu’s blik minzamer, wijzer. De mildheid in deze film is sterker dan nostalgie. Een passende finale voor een van de meest consistente oeuvres in de cinema.