Robert Altman bediende zich van negen verhalen en één gedicht van Raymond Carver voor deze ambitieuze, epische en tegelijk intieme film die zich afspeelt in het LA van de jaren 90.
De film volgt 22 door het lot en elkaar op de proef gestelde middenklassers van wie de levens elkaar kruisen in een tijdsspanne van enkele dagen. Ze proberen allen het hoofd te bieden aan de grote en kleine trauma’s van het leven.
Centraal staat de rol die het toeval speelt in het dagelijks bestaan en de grote impact die kleine gebeurtenissen kunnen hebben. De afzonderlijke verhalen lijken in elkaar over te vloeien zoals thema’s in jazzmuziek.
Geen enkele van die verhalen (en ook de vertolkingen niet) heeft meer impact dan de andere – dit is op en top een mozaïekfilm. Altman leek na tal van flops in de jaren 90 eindelijk een tweede jeugd als filmmaker te hebben gevonden.