In lyrische beelden van de seizoenen en de natuur in het hoge noorden vertelt regisseur Sulev Keedus over de moeizame relatie tussen een jonge vrouw en haar oude vader, die in 1944 bij een afgelegen vuurtoren aan de Oostzee met elkaar moeten overleven. De vrouw lijkt de omgeving te willen ontvluchten. Haar vader moedigt haar aan, maar toch komt ze telkens terug. Dan komt een jonge arts langs, met wie de vrouw naar bed gaat (ze smacht naar seks, maar is er tegelijk als de dood voor), maar hun relatie blijft onduidelijk. Die (poëtische) dubbelzinnigheid is een van de sterke kanten van de film.
Somnambuul speelt zich volgens Keedus af 'tussen waken en slapen'. Het is een ‘droomfilm’ zoals sommige films van Bergman, Tarkovski en Sokoerov. Keedus hanteert net als de genoemde regisseurs een symbooltaal die even eenvoudig als ongrijpbaar is.
Somnambuul zou een parabel kunnen zijn over wat vijftig jaar Russische bezetting met een land doet.