Kino Eye #10: Spectral illusions
Kino Eye is een jaarlijks tweedaags evenement rond visuele cultuur dat kunstenaars, critici en academici samenbrengt rond een specifiek thema uit de actuele beeldcultuur. De tiende editie belicht het fenomeen van de spookachtige illusies in vroegmoderne en hedendaagse fantasmagorieën.
Het volledige programma vind je op www.visualpoetics.tk
Het centrale thema zijn de fantasmagorieën, legendarische spektakels die tijdens de negentiende eeuw de basis leggen voor het moderne geprojecteerde beeld. Aan de hand van toverlantaarns en andere nieuwe technologieën zetten makers als Etienne-Gaspard Robertson indrukwekkende shows neer die achteraf beschouwd het midden hielden tussen theater en (vroege) film.
Deze fantasmagorieën waren immens populair in Parijs en zouden later ook in London en Amerika opgevoerd worden. Door de combinatie van lichtprojectie, op glas geschilderde beeldplaten, begeleidende muziek, bindteksten en acteurs bleken de fantasmagorieën een bij uitstek interdisciplinair gebeuren. Algemeen beschouwd markeren ze de voortijd van de cinematografische era, een tijd waarin de ontologische status van het beeld radicaal onzeker was. Want hoewel de vertoning expliciet werd geënsceneerd als product van een door de mens gemanipuleerde machine leren tijdsdocumenten dat het publiek niet minder onzeker was over het statuut van de schimmige beelden. Meer nog: de spanningsverhouding tussen wetenschap en mystiek, weten en geloven werd door makers en publiek actief opgezocht.
Volgens Tom Gunning articuleert deze paradox het dubbele bewustzijn van de moderniteit: de fantasmagorieën veraanschouwelijken de wil tot wetenschappelijke beheersing aan de hand van technologie maar veruiterlijken tegelijkertijd de hang naar het onkenbare, het mystieke en het duistere. Niet toevallig vonden de fantasmagorieën hun geliefkoosde thema in geesten van overledenen (niet zelden sleutelfiguren uit de Franse Revolutie), verschijningen van ondoden (personages uit de Gothic novel maar ook vroegmythische figuren) en diabolische fantasma’s (Satan en de bewoners van de hel). De enscenering nam meestal de vorm aan van een scéance of een spiritische bijeenkomst waarbij spoken uit het verleden op haast tastbare wijze werden geëvoceerd. Met Freud gesproken gelden de fantasmagorieën als unheimlich, omdat ze een fundamentele twijfel genereren tussen wat we weten en wat we gewaarworden, maar ook - en meer specifiek - tussen wat we denken te weten en wat we eigenlijk vrezen te geloven. Deze radicale ambivalentie kristalleert zich uit in de ‘lanterne de peur’ en om die reden kunnen de fantasmagorische spektakels in de ogen van de theoreticus fungeren als zowel een artistieke praktijk als een denkfiguur van de moderniteit. Het fantasma werd dan ook door denkers als Walter Benjamin in zijn Passagenwerk gebruikt als een instrument om de verhouding te denken van de moderne tijdgenoot tot zijn visuele media en bij uitbreiding tot zijn tijd.
Deze denklogica vindt zijn vertaling in het onderzoek naar de actuele status van het beeld aan de University of Chicago. Volgens Tom Gunning en W.J.T Mitchell, keynote sprekers van dit symposium bevatten alle media een fantasmatische kern. Hun aandacht gaat hierbij uit naar wat in eerste instantie aan het theoretische lijkt te ontsnappen. Die spectrale, onstabiele elementen kunnen schijnbaar niet worden getheoretiseerd maar funderen en wettigen precies om die reden de theorie van het beeld zelf. Deze benadering kan in Chicago bouwen op een rijke expertise; ze laat toe de eigenheid van het digitale, virtuele beeld en de actuele integratie daarvan in theater en film te bestuderen in het kielzog van de historische fantasmagorie, die ook in dat licht fungeert als empirische (kunstpraktijk) en theoretische (denkmodus) toetssteen.
De performances/ installaties van eigentijdse (media)kunstenaars die in deze context bezocht kunnen worden, tonen hoe de fascinatie voor het spectrale dimensie van deze media nog niets aan levendigheid heeft ingeboet. De confrontatie van actueel werk met reconstructies van fantasmagorieën uit de achttiende eeuw zullen demonstreren dat het spanningsveld tussen virtualiteit en realiteit, aan- en afwezigheid, verleden en heden nog steeds een inspiratiebron vormt voor kunstenaars en denkers.
Kino Eye is een coproductie tussen het M HKA en de onderzoeksgroep Visual Poetics, verbonden aan de vakgroep Theater - en filmstudies van de Universiteit Antwerpen.