Veiko Õunpuu’s tweede film, na zijn alomgeprezen Autumn Ball, is een parabel over het nieuwe inhalerige kapitalisme in Oost-Europa.
Õunpuu’s visie is provocerend en donker, maar ook vermakelijk door zijn flinke dosis zwarte humor.
Veertiger Tony, een vrij geslaagde middenkadermanager, twijfelt na de begrafenis van zijn vader te twijfelen aan zijn manier van leven en moraal. Op zijn tocht naar een zuiverder geweten vinden allerlei vreemde gebeurtenissen plaats en raakt hij langzaam zijn greep op de realiteit kwijt. Als Tony een hond wil begraven die hij overreden heeft, vindt hij afgehakte handen in het bos. Als hij daarvan aangifte doet bij de politie, begint die een onderzoek naar hem.
Hij is getuige van de ontrouw van zijn vrouw, ontslaat zijn personeel en ontmoet een engelachtig Russisch meisje dat al snel ontvoerd wordt. Het lijkt erop dat hij alles dreigt te verliezen wat hem ooit houvast bood: zijn familie, zijn baan en ten slotte zichzelf.